Zender-ontvanger model

zenderontvangermodel

Het zender-ontvanger model:

Tussen zender en ontvanger groeit de ruis.

Aristoteles had het al over spreker, boodschap en luisteraar.
De wiskundigen Shannon en Weaver maakten er in 1949 het zender-ontvanger model van. Dit is een analytisch model waarmee het communicatieproces wordt opgedeeld in negen elementen. Het speelt in iedere communicatie. Beide heren waren dan ook ingenieur bij Bell Telephone company. Ze analyseerden een telefoongesprek en deze analyse bleek van toepassing op ieder communicatieproces.
Met name bij presenteren denkt men te veel aan zenden. Dat puur zenden moeizaam gaat en slecht werkt leest u in dit artikel.

  1. Jij (de bron) bedenkt dat je iets wilt zeggen, schrijven enzovoort. Hoe en wat precies ligt nog niet volledig vast.
  2. Het lukt je, tot op zekere hoogte, om via je stem / of bijvoorbeeld het toetsenbord vast te leggen wat je beoogde, maar vrijwel nooit helemaal. Woorden schieten tekort, je gevoel laat zich slecht vertalen.
  3. Nu ga je zenden, waarbij de techniek vaak allerlei beperkingen oplevert.
  4. Vervolgens vertrekt je signaal (geluid / email enzovoorts), dat wat er over is van je oorspronkelijke plan.
  5. Er rijdt een vrachtwagen langs, ik mak typefouten en de verbinding is lecht: er ontstaat ruis.
  6. Een min of meer veranderd en vervormd signaal komt aan bij de ontvanger.
  7. De boodschap die binnenkomt wordt beïnvloedt door de kwaliteit van de oren / ogen en bijvoorbeeld de calibratie van het beeldscherm van de ontvanger.
  8. De ontvanger interpreteert de boodschap, geheel naar eigen inzicht. De aangekomen boodschap 2 verschilt in allerlei opzichten van boodschap 1.
  9. De Grote Vraag is vervolgens of die boodschap 2 nog voldoende begrepen wordt, zodat er gebeurt wat de zender wil.

Feedback.

Tijdens het zenden vindt er voortdurend terugkoppeling plaats, feedback. Dit cruciale element is later aan het model toegevoegd. Zender en ontvanger wisselen voortdurend van rol, de ontvanger zendt feedback en de zender ontvangt dus ook. Zelfs als de een praat en de ander luistert. Bevestigingen, lichaamstaal, mimiek. Ja, ik luister, ja, ik begrijp je. Dit patroon moet aan sociale codes voldoen, anders haakt een van de partijen af, begrijpt het niet meer, wordt boos, gaat lachen, loopt weg. Zie hier bijvoorbeeld in een notendop het probleem van interculturele communicatie: andere sociale codes.

Voor de feedback van de ontvanger naar de zender geldt in principe ook weer het hele zender-ontvanger model. Vaak is de zender al met een volgende boodschap begonnen en merkt de feedback niet goed op. Zo slaat de chaos in onderling begrip al na een paar zinnen toe. Signalen beginnen door elkaar te lopen, de ruis neemt toe. Bovendien zijn er vaak meerdere zenders tegelijk meerdere boodschappen aan het zenden, over en weer. Vier mensen samen zijn al goed voor twaalf (!) min of meer simultane signalen, temeer omdat niet communiceren ook communiceren is.
Het eenvoudige zender-ontvanger model wordt al razend complex.

De communicatiemuur.

In het traject van bron tot bestemming treden allerlei problemen op.

  1. Allereerst is het heel lastig om in je boodschap exact vast te leggen wat je bedoelt. Woorden schieten te kort, mijn idee voor een schilderij of een tekst komt net niet helemaal overeen met mijn gevoel.
  2. Dan is er een technische vertaalslag, je stem klinkt niet helemaal zoals je zou willen qua duidelijkheid en emotie, ik kan niet goed genoeg schilderen, fotograferen, dansen of wat ook. De microfoon neemt slechts een deel van het geluid op, de speakers laten ook weer een deel van het geluid horen.
  3. Als er eindelijk een signaal naar buiten gaat, dan krijg je te maken met ruis, variërend van een vogel die afleidt, verkeerslawaai. sms-jes, krakende telefoonverbindingen, omvallende kopjes koffie, binnenkomende andere signalen. Ik ben een keer in een ruzie beland via een mobiel telefoongesprek waarbij de ontvanger door een tunnel reed en een deel van het gesprek wegviel, wat de man niet merkte.
  4. Het binnenkomende signaal verschilt altijd meer of minder van het uitgaande signaal!
  5. Hoe goed zijn vervolgens je oren, ogen, je neus. De een hoort meer dan een ander, 8 % van de mannen is in zekere mate kleurenblind, oudere mensen zien minder en horen minder.
  6. Daarna, of al tijdens het ontvangen (anticiperen), ga je selecteren, herkennen, vervormen, interpreteren, associëren en generaliseren, aldus het waarnemingsmodel van o.a. Osgood en Schramm.

Bottom line: Ga je doen wat de zender wil?
Terecht spreekt men wel van de communicatiemuur.
Dat het toch zo vaak goed gaat, lijkt een wonder, maar is het resultaat van een leven lang afstemmen en oefenen en natuurlijk van feedback.

Op weg naar succesvol zenden en ontvangen.

Het zender-ontvanger model maakt duidelijk hoe lastig het is om in dit complexe proces goed te communiceren. Het geeft bovendien aan dat er een balans moet zijn tussen zenden en ontvangen. Je kunt niet alleen maar zenden. Het model verklaart goed de oneindige hoeveelheid misverstanden tussen mensen. Je wordt niet vrolijk van dit model. Het model leidt tot begrip, maar het is geen constructief model voor betere communicatie. We hebben jaren gezocht naar een positiever model, constructiever, praktischer.
Een model met drie werkwoorden: luisteren, investeren, samenwerken.
Een model met een spirituele component: helderheid.
Dit is het Sprankmodel voor communicatie.