Tagarchief: 4 mei 2020

Dodenherdenkng, 4 mei 2020

De prachtige toespraak van koning Willem Alexander

Koning Willem-Alexander hield tijdens de dodenherdenking op de Dam, zonder publiek, een bijzonder goede, historische toespraak.

‘Echt, natuurlijk, persoonlijk, krachtig, ontroerend.’
‘Zijn beste speech ooit.’
Zeven minuten, 662 woorden.

Willem-Alexander begon al sterk: ‘Het voelt vreemd op een bijna lege Dam.’
Het was ook heel indrukwekkend, die zes mensen in het zwart op dat grote lege plein. Met zijn eerste woorden, over zijn gevoel op dat moment, maakte hij contact met ons televisiekijkers. Daarna verkleint hij meteen de afstand: ‘Maar ik weet dat U, dat jij, deze Nationale Herdenking meebeleeft en dat we hier samen staan.’ Jong en oud aangesproken, U en jij.

Dan komt er een verschil tussen WO II en nu. ‘Nu maken we zelf een keuze. In het belang van leven en gezondheid.’ ‘Toen wérd de keuze voor ons gemaakt.’ Hier komt hij bij de kern van zijn verhaal. Wij mensen kunnen kiezen.

Zijn ‘getuigenis’ van het verhaal van Sobibor overlevende Jules Schelvis is persoonlijk, betrokken, emotioneel en zorgvuldig:
‘Over hoe hij zijn vrouw Rachel in de chaos kwijtraakte. Nooit zag hij haar terug.’ 
Willem-Alexander erkent dat hij nog steeds geen sluitend antwoord heeft op de vraag hoe de wereld kan toestaan dat mensen als uitschot worden behandeld.

Hij citeert nogmaals Jules Schelvis:
“Honderden omstanders hebben zonder vorm van protest toegekeken hoe de overvolle trams, onder strenge bewaking, voorbij reden.”

Hier komt opnieuw de rode draad in het verhaal van Willem-Alexander: ‘Wij mensen kunnen kiezen.’
Hoe fascisme en terreur klein beginnen met het uitsluiten van de ander.

‘Niet meer naar het zwembad mogen.
Niet meer mogen meespelen in een orkest.
Niet meer mogen fietsen.
Niet meer mogen studeren.’ 

De volgende zin uit de toespraak zou in alle talen bij de ingangen van het Vondelpark mogen worden gebeiteld:

‘Sobibor begon in het Vondelpark.
Met een bordje: “Voor Joden verboden”.’

Nu maakt Willem-Alexander een ongekende, historische en grootse stap. Hij erkent, zonder het met zoveel woorden te zeggen, dat de Joodse gemeenschap door zijn overgrootmoeder Wilhelmina onvoldoende is gesteund. Aan de ene kant de onverzettelijkheid van Wilhelmina, aan de andere kant dit tekort schieten.
‘Het is iets dat me niet loslaat.’ 

Dit is al de tweede keer dat Willem-Alexander zich kwetsbaar opstelt en daarmee ontwapenend is. Zijn bezorgde gezicht, zijn baard, de wind door zijn haren, dat lege plein. Hier stond hij, koning Willem-Alexander, met de wijsheid van 53 jaar, al heel veel meegemaakt, en nu dit Corona-drama. Bezorgd, betrokken, oprecht én weg uit de schaduw van zijn moeder.

Veel geciteerd zijn ook de volgende prachtige, opnieuw repeterende, zinnetjes uit zijn speech:’
Het minste wat we kunnen doen is:
Niet goed praten. Niet uitwissen. Niet apart zetten.
Niet “normaal” maken wat niet normaal is.’ 

Wat is dan normaal, kun je je nu afvragen. Die vraag beantwoordt de koning niet, maar hij legt wel uit wat er voor nodig is:
‘En: onze vrije, democratische rechtsstaat koesteren en verdedigen. Want alleen die biedt bescherming tegen willekeur en waanzin.’

Tot slot maakt Willem-Alexander zijn toespraak mooi rond. Hij keert terug naar Sobibor gevangene Jules Schelvis met een prachtig citaat. ‘Jules Schelvis doorstond de hel en wist toch als vrij mens weer iets van het leven te maken. Veel meer dan dat. “Ik heb vertrouwen in de mensheid gehouden”, zei hij. Als hij het kon, kunnen wij het ook.’

Hij rond kort en krachtig af: ‘Wij kunnen het, wij doen het samen. In vrijheid.’

De toespraak op de Dam

Tekst van de toespraak

Dodenherdenking, 4 mei 2020. Koning Willem-Alexander spreekt het Nederlandse volk toe op een vrijwel lege Dam in Amsterdam.

Dodenherdenking, 4 mei 2020. Koning Willem-Alexander spreekt het Nederlandse volk toe op een vrijwel lege Dam in Amsterdam.

vlnr Koningin Maxima, Mark Rutte, de commandant der strijdkrachte, Gerdi Verbeet en burgemeester Femke Halsema.