Klopt je presentatie?

Wat betekent presenteren?

We hebben dit heel vaak aan mensen gevraagd.
Wat betekent presenteren?

‘Dat je boodschap goed overkomt.’ ‘Verstaanbaar.’ ‘Iets uitleggen.’ ‘Je verhaal duidelijk maken.’

Goed presenteren betekent veel meer dan even wat sheets laten zien.

Een presentatie is inderdaad ‘iets’ laten zien, ‘iets’ aanbieden. Hier moet meteen bij: aan een ander.

‘Iets’ laten zien aan anderen.

Dan moeten die anderen er wel zijn en die anderen moeten jouw ‘iets’ willen en ook kunnen zien. Voor deze voorwaarden ben jij, als presentator min of meer en in ieder geval mede-verantwoordelijk.

Wat is er nodig om een presentatie te willen zien?
Interesse, nieuwsgierigheid, vertrouwen. Het moet veilig zijn, anders willen we weg en gaat het niet goed met ons vermogen om te luisteren.

Je moet het dus eerst veilig maken. Hoe doe je dat? Hoe maak je het veilig voor je publiek? Herkenbare anekdotes helpen, milde humor helpt, vragen aan je publiek helpen, uitleg van het waarom van deze presentatie. Er zijn allerlei manieren om het veilig te maken.

Als het veilig is, dan willen we luisteren naar je presentatie. Maar kunnen we je wel verstaan? Is het duidelijk?

Zo kent een goede presentatie een aantal stappen of fases die nodig zijn om je verhaal goed te laten landen.

Om te beginnen zijn er een aantal basale presentatie-modellen:
Kernboodschap, Uitleg, Kernboodschap is het eenvoudgste model.

 

Probleem, analyse, oplossing.

Verleden, heden, toekomst.

Ene kant, andere kant, conclusie.

Je kunt ook presenteren vanuit vier kernvragen.

  • Waarom? Waarom hou jij dit verhaal? Nadruk op jij en specifiek dit. Wat zit er voor jezelf in? Motief, maar ook intentie. Waarom ben je hier?
    Wat kom je brengen? De inhoud, maar ook: wat zit er in voor je publiek.
  • Hoe werkt het? Hoe moet het? De uitleg, de handelingen, het plan.
  • Waartoe? Wat gaat het opleveren, wat kun je er allemaal mee? Groter perspectief.

En je kunt je presentatie opbouwen doordat je de verschillende stappen goed invult.

1 Welkomstfase. Welkom, contact leggen, pareltje, herkenning, kernboodschap, voorstellen.

2 Oriëntatiefase. Afkadering, we zijn hier en nu op deze plek, en het gaat hierover. Het gaat niet over …, hier blijven we binnen. Deze ruimte, jouw plek. Historisch perspectief, waar komt dit verhaal vandaan, wat is er aan andere relevante info? Kader.

3 Informatiefase. De feitelijke inhoud van je verhaal.

4 Contractfase. Afspraken, hoe gaan we hier mee verder, verwachtingen, wie gaat wat doen.

5 Verwerkingsfase. Oefenen, herhalen, samenvatten, vragenronde, uitwerken, voltooien.

6 Afrondingsfase. Oogsten, ontspanning, succes vieren, bedanken, afscheid nemen.

Het woord presenteren heeft het woord present in zich. Aanwezig, niet in je hoofd, niet in je sheets, maar in de zaal bij jezelf en je publiek, aanwezig in het hier en nu.

Het Engelse woord ‘present’ betekent cadeau. Dat is geen toeval. Welk cadeau breng jij? Dit is een belangrijke vraag, want wat gebeurt er met je houding en je gevoel, als je een mooi cadeau komt brengen? Die houding, dat gevoel, daar wordt je publiek blij van en jij ook.

Je komt dus iets brengen, iets laten zien, iets moois, iets wat raakt.