Zichtbaar ben je door het contrast met je omgeving

Hoor je mijn presentatie?

Maak het verschil.

Typerend plaatje. De verticale middenbaan is echt overal even grijs. Het is de omgeving die verloopt van zwart naar wit. Contrast is de sleutel. Voor wat we zien, horen, denken, voor alles. Dankzij contrasten nemen we waar.

Er is nog iets dat opvalt. In het midden van het plaatje zijn de grijswaarden van omgeving en kolom precies gelijk. Dat zien we niet, we zien de kolom doorlopen. We vullen onze verwachting in, we zien (en horen) wat we al dachten. Aiaiai. Over vooringenomenheid gesproken.

Er bestaan vele tientallen van deze optische illusies. Gezichtsbedrog. Door contrast, door dieptewerking, door vooronderstelling, door compensatie. Ons waarnemend vermogen kent ook ongekende beperkingen.
Een vleermuis hoort frequenties die wij niet horen. Een hond kan veel beter ruiken dan mensen. Een adelaar ziet beter. Onze zintuigen merken van alles én ze missen van alles. Maar wat we missen? Geen idee.

Wat we niet kennen, het nieuwe, dat kunnen we niet goed ontdekken, omdat we niet weten waar we op moeten letten. De ingang om het te herkennen ontbreekt. De eerste auto’s leken nog op postkoetsen. Daardoor begrepen we de mogelijkheden. We bouwen voort op wat we al kennen. Ander voorbeeld, smartphones, slimme telefoons, zo heten ze nog, maar het zijn internet handcomputers waar we nauwelijks meer mee bellen.

 

Presentaties hebben contrast nodig

Een goede presentatie vraagt om een duidelijk contrast. De stap van de oude situatie naar een nieuwe situatie moet duidelijk zijn en niet te groot. Er moet nog een echo van de oude situatie in zitten. Anders kunnen we het niet plaatsen. Contrast, maar niet te veel, anders missen we de aansluiting. Je kunt niet te ver voor de troepen uitlopen.

Contrast ontstaat doordat jij / ik / wij ons hoofd boven het maaiveld uitsteken. Dat is riskant, maar noodzakelijk om gezien te worden. We  hebben er moed voor nodig en het maakt kwetsbaar. Bovendien voelt het al snel overdreven, aanstellerig. We camoufleren onszelf liever, dat is minder kwetsbaar. Hierdoor komen we niet tot bloei én we ontnemen de ander ook die mogelijkheid. ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg,’ Begrijpelijk, maar niet effectief. De energie vloeit weg.

Als spreker heb je een voorbeeldfunctie, we zijn allemaal ook leiders en bakens voor anderen. In bescheidenheid en in moed, een sterke combinatie. Er is nog iets. Als ik iets lelijk vind, kan ik ook bedenken en herkennen wat ik mooier vind. De betere oplossing realiseren, dat is de echte stap. Oud en nieuw. Contrast en dan het verschil maken.