Over waarneming en Gestalt

Gestalt, het principe van de eenvoud als basis van waarneming.

Het van oorsprong Duitse begrip ‘Gestalt’ (gedaante, figuur, vorm) gaat over hoe wij de dingen waarnemen. We zien niet precies wat er te zien is, maar we maken er wat van. Allerlei Escher-achtige trucs vallen eronder. Optische illusies, leuke zoekterm. Van de Necker Kubus uit 1832 tot de Café-muurillusie die pas in 1973 is beschreven. Stilstaande plaatjes.
Waarnemen is echter een continue beweging. Aan één waarneming worden er nog vele toegevoegd, telkens vanuit een iets ander perspectief. Hierdoor wordt onze waarneming veel beter.

Wat is voor en wat is achter?

Wat is voor en wat is achter?

Even terug naar het onderwerp presenteren.

Als je presentatie statisch is, lineair, vanuit een enkelvoudig perspectief, dan wordt het al snel saai en minder geloofwaardig. Een-dimensionale en twee-dimensionale presentaties werken niet, je moet je publiek verschillende invalshoeken bieden. Er is dus beweging nodig in ieder opzicht. Toch sta je bij een presentatie vaak min of meer op één plek, je publiek zit ook op één vaste plek. Je speelruimte zit in je stem, je lichaamstaal, je mimiek, je interactie met je publiek, de losheid van je verhaal, het gebruik van je handen de inhoudelijke afwisseling en rijkdom. Mooi woord: dynamisch presenteren. Een voorwaarde voor succes.

Nuchter slingeren langs de cafémuur.

Dynamiek en beweging.

Op zoek naar een overzichtelijk geheel.

De Gestalt-psychologie gaat er vanuit dat wij telkens ‘een totaalbeeld’ waarnemen, waarbij het geheel méér is dan de som van de samenstellende delen. We zien niet vier palen met een plank er bovenop, maar we zien een tafel. In de jaren twintig van de vorige eeuw heeft een groep psychologen en psychiaters gewerkt aan een alomvattende theorie over de wijze waarop wij vormen in ons hoofd ordenen. Er is toen een aantal principes gedestilleerd die heel wat verklaren.

Principe van sluiting: We zien een vierkant, maar de lijn is helemaal niet gesloten. We maken figuren af, zodra we een idee hebben wat het kan worden. En we kiezen voor zo eenvoudig mogelijk. Dan is een vierkant simpel. We stoppen dingen bij elkaar die op elkaar lijken.

Vierkant, waarvan de streep niet helemaal doorloopt.

Hoezo vierkant? Lijn!

grijsillusie

 

 

 

 

Beide gekaderde vlakken van het schaakbord zijn even grijs. Het ene lijkt echter zwart, het andere wit. Zo laten we ons bedotten door de omgeving en onze verwachting.

Even grote middencirkels.

Even grote middencirkels.

Beide centrale cirkels zijn even groot. De omgeving bepaalt onze waarneming. Alles is relatief. Arm in Nederland is misschien mega-rijk in Afghanistan. Een gebouw lijkt groot of klein, door de gebouwen er om heen. Nabijheid en contrast.

Als er een paar lampen op een rij achter elkaar knipperen, dan zien we beweging. Maar die lampen bewegen niet, ze gaan alleen aan en uit in een volgorde, waardoor beweging wordt gesuggereerd.
Een film bestaat uit 25 stilstaande plaatjes achter elkaar per seconde. We stapelen beelden tot de dynamische wereld die we zien en erbij bedenken.
Als kleine jongen woonde ik in Utrecht. Boven op een hotel bij het Vredenburg liep een grote lichtkrant. Volkomen gefascineerd stond ik ernaar te kijken. Werkte dat ook zo?

Alles staat stil, toch danst het voor je ogen.

Alles staat stil, toch danst het voor je ogen.

Er is geen driehoek afgebeeld, alleen maar drie pac-mannetjes. Pac-mannetjes? Nee, cirkels met een hap eruit. En die grote driehoek die er niet eens is, die staat ook niet op de voorgrond, dat lijkt maar zo.

Geen witte driehoek.

Geen witte driehoek.

De Gestalt-psychologen stellen dat onze waarneming samenvat en ordent. Tegelijk moeten we constateren dat we ons zelf ook goed in de war laten brengen. Op de snijpunten van de witte lijnen staan geen grijze stippen, maar we hebben last van een nabeeld. We compenseren zwart met wit.

Nee, geen grijze vlekken.

Nee, geen grijze vlekken.

U kent vast wel het mooie meisje dat een oud besje blijkt te zijn. Hoe zit dat? Kijken we eenmaal op een bepaalde manier, dan is het lastig hiervan af te stappen. Wat voor kijken geldt, dat geldt vast ook voor ons horen, ruiken en voelen. We vereenvoudigen onze waarneming tot, ja tot wat eigenlijk? Tot begrijpelijke proporties, tot onze kennis uit het verleden. Dat scheelt tijd en proefondervindelijk is het ook redelijk effectief. Maar naarmate we meer weten en meer ervaring hebben, beperkt dit ons in onze ontdekkingstocht die het leven is. Zo heb ik nu een goede reden geformuleerd om het kind in mezelf te blijven koesteren!

Zie je een jonge of een oude vrouw?

Zie je een jonge of een oude vrouw?

Terug naar de Gestalt-principes.

Op verschillende internetpagina’s wordt er een aardig ratjetoe van gemaakt. Dit heb ik verzameld.

  • Principe van eenvoud: Als het kan, kiezen we voor één geheel, samengesteld uit eenvoudiger onderdelen. Lelijk gezegd, we zijn lui. Mooi gezegd: de waarneming die de minste cognitieve inspanning vraagt, levert het (onbewust waargenomen) beeld op.
  • Principe van gelijkenis: elementen die op elkaar lijken worden gegroepeerd en als een geheel gezien. Overeenkomst kan zitten in kleur, vorm, beweging of grootte. Een gelijke achtergrondkleur is een van de meeste effectieve manieren om dingen te ordenen.
  • Principe van nabijheid: elementen die dicht bij elkaar liggen worden als eenheid beschouwd.
  • Principe van continuïteit: visuele, auditieve (!) en kinetische patronen worden samengevoegd. Onze ogen / oren / hersenen hebben de neiging om door te gaan in een beweging / waarneming.
  • Principe van gemeenschappelijke bestemming: gelijkvormige objecten worden samengevoegd als ze een gelijke beweging of bestemming hebbe
  • Principe van de figuur-achtergrond scheiding. De figuur lijkt dichterbij dan de achtergrond.
  • Principe van sluiting. Ontbrekende delen worden toch waargenomen om een compleet beeld te zien. Dingen met een zichtbare contourlijn worden als een geheel gezien. Dingen die doorkruist worden door een lijn worden als aparte elementen waargenomen.
De gele lijnen horen niet bij elkaar. De witte ook niet, trouwens.

De gele lijnen horen niet bij elkaar. De witte ook niet, trouwens.

Valt er van dit alles wat te leren?

En het liefst wat conclusies waarmee je beter kunt presenteren?

  • Wij maken gemakkelijk en voortdurend fouten in onze waarneming, met totaal verschillende oorzaken, zoals lichtval, historisch besef en kennis, interpretatie, compensatie, omgevingsinvloeden, vergelijking en vereenvoudiging. Vaak zijn het uiterard ook combinaties van oorzaken.
  • Wat we denken te zien is een deel van wat er te zien is. Iedereen maakt zijn of haar eigen invulling en aanvulling. Dit geldt waarschijnlijk net zo goed voor wat we horen. Groningers horen al anders dan Limburgers. Hier duikt ook een begrip op als cognitieve dissonantie, simpel gezegd: de werkelijkheid aanvaardbaar houden door opvattingen of gedrag aan te passen.
  • Je publiek ziet en hoort vrijwel zeker iets anders dan jij. Frappant voorbeeld hiervan is dat ik een keer probeerde een vriend ervan te overtuigen om niet te scheiden. Een ultieme poging van mijn kant, waarop hij concludeerde: ‘Ja, je hebt gelijk. Scheiden is het beste.’
  • Daarom is voortdurend controleren of je publiek je begrijpt zo belangrijk. Anders raken we steeds verder van elkaar verwijderd. Denken vanuit de klant betekent in zekere zin je eigen waarneming even vergeten. ‘Hoe denkt u erover? Hoe ziet u deze zaak?’ Dat zijn de juiste vragen.
  • Zo’n verhaal als dit gaat over de buitenkant, over de beperkte waarneming door onze zintuigen. Er is ook nog een binnenkant, onze kern, onze ziel, ons hart. Hier kun je mensen echt raken en motiveren. Het vraagt om zorgvuldige, geloofwaardige presentaties, inclusief het besef dat onze waarneming en onze daarop gebaseerde mening betrekkelijk is. Het tonen van je enthousiasme is een voorwaarde voor geloofwaardigheid. Laten zien, waar je vrolijk van wordt, waar je van gaat stralen.
    Dat beeld, goed en stevig neergezet, ook dat is een ‘Gestalt’.