Tagarchief: fysiek presenteren

Je presentatie van alle kanten goed voorbereiden.

Fysiek, mentaal en inhoudelijk goed presenteren

Een presentatie goed voorbereiden is een behoorlijke klus. Alles moet kloppen. Fysiek, mentaal en inhoudelijk. Als je deze drie te pakken hebt dan kun je goed presenteren. De inhoud is maar een deel van het plaatje. Hoe ziet het er uit, fysiek? Hoe klink je? Enthousiast, levendig, betrokken, rustig? Mentaal, kom je wat brengen of kom je orders halen?

Denk aan professionele toneelspelers die om 8 uur, als het doek open gaat, zich helemaal moeten geven in hun spel. Problemen, ruzies, pijn, vermoeidheid, dit alles mag even geen rol spelen.
Om dit te bereiken moeten professionals, met al hun ervaring, iedere keer opnieuw zeer zorgvuldig te werk gaan. Het is trechteren naar het moment dat het doek open gaat. Eerst was er een periode van repetities. Dan komt de voorbereiding van de tournee. De zalen zijn op geschiktheid onderzocht en al in hun opleidingen leerden ze om met dit hele proces om te gaan. Dan nog hebben zij ieder een eigen systeem, een ritueel, om er op het juiste moment helemaal voor te kunnen gaan, als een topsporter.

Voor jou als presentator geldt precies hetzelfde. Het hele proces, van uitnodiging tot publiciteit, zaalinrichting, verlichting en techniek, het moet allemaal kloppen.

Dit artikel gaat in op je voorbereiding kort van te voren, fysiek, mentaal, inhoudelijk.

Fysiek. Mensen kijken naar iemands lichaamstaal om te zien of ze die persoon geloofwaardig vinden. Er zijn sprekers die ‘ja’ zeggen en intussen met hun voet ‘nee’ schudden of achteruit deinzen. Dan geloven wij die voet en niet de woorden. Lichaamstaal gaat boven woorden, want woorden kunnen niet kloppen. Je lichaamstaal klopt altijd. Ben je ontspannen of niet? Dat heeft met je geloofwaardigheid te maken en dat zien we aan je lichaamstaal.
Hoe klinkt het? Dat is ook belangrijk. Daarom besteden we in onze trainingen veel aandacht aan stemgebruik, stembevrijding. Want een opgesloten, afgeknepen stem, dat klinkt niet goed. Daar wordt een publiek onrustig en angstig van. Waarom voelt deze spreekster / spreker zich niet vrij? Ook klank gaat voor de woorden. Als je angstig klinkt en je zegt dat je je vrij voelt, dan geloven we je echt niet.

Mentaal. Ja, met wat voor doel sta je eigenlijk op dat podium? Mik je op samenwerken of op vechten? Kom je iets waardevols brengen of kom je alleen iets halen? Wil je andere mensen ontmoeten of alleen jouw ding doen? Ben je geïnteresseerd in de mensen die naar je luisteren of nauwelijks? Heb je er plezier in? Als het niet leuk, mooi of interessant is, dan willen de meeste mensen weg.
Met de juiste instelling op het podium staan, dat is cruciaal voor een goede presentatie. De meest succesvolle instelling is, om te willen helpen, om samen verder te willen komen en te onderzoeken hoe dat kan.

Inhoudelijk. Met de inhoud zit het meestal wel goed. De meeste mensen die op een podium hun verhaal mogen presenteren, zijn juist op dat podium beland omdat ze veel van hun onderwerp afweten of er een bijzonder interessante kijk op hebben. Je verhaal moet uiteraard kloppen. Onzin leveren, dat heeft geen zin.

Check de zaal

Als je het zo goed voorbereidt, neem dan ook de moeite de zaal van te voren te checken. Klopt het aantal stoelen met het verwachte aantal mensen? Anders zijn er straks lege stoelen en dat is een slecht signaal. Klopt het licht? Weet je waar je moet gaan staan? Hoe voelt de zaal? Wat kun je doen om het gezellig, spannend, opwindend, veilig of wat ook te maken, voor jou, voor je publiek.

Zorg dat je er ruim van tevoren bent, zodat je alles goed kunt regelen, je gasten welkom kunt heten en in een optimale sfeer aan je presentatie kunt beginnen.

Succes.

We onthouden de ziel van je presentatie.

Fysiek presenteren

Presenteren is vooral een fysieke zaak. We onthouden weinig van je woorden. We onthouden vooral de indruk die je maakt. Is het dapper, aantrekkelijk, klinkt het goed, ziet het er levendig uit, stevig, mooi, kwetsbaar? Sta je met beide benen op de grond? En als je het goed doet, dan onthouden we je kernboodschap.

Over presenteren is echt heel veel te leren. Na tien jaar presentatietrainingen geven leer ik nog steeds nieuwe dingen. Het is net als met gitaar spelen en alle vaardigheden: doen, doen, doen. Niet als een kip zonder kop, want dan blijf je tegen dezelfde muren aan botsen, maar met goede repetities, trainingen, leraren. Leren van goede sprekers.

Via de Correspondent kwam ik bij de Zweedse statisticus Hans Rosling. Hij doet het geweldig, met heel zijn lijf. Zijn lichaamsbewegingen, zijn armen, zijn inzet. Zijn dictie. Een feest om naar te kijken:

How To End Poverty in 15 years, Hans Rosling

Fysiek presenteren: laat het zien, doe het!

Embodiment, feedback en presenteren

Over fysieke aspecten van presenteren

Goed presenteren is het resultaat van een complex samenspel van factoren. De inhoud moet natuurlijk kloppen, maar daarmee begint het pas. De manier waarop je presenteert bepaalt het succes.
Hoe ziet het eruit? Hoe klinkt het?
Klank en beeld zijn fysiek. Je hoort het, je ziet het. Iemand van vlees en bloed probeert om het publiek te boeien. Je eigen embodiment vormt de spiegel voor de zaal. Voor een goed resultaat moet je geloofwaardig zijn, overtuigend, enthousiasmerend en informerend. Hierbij is het belang van woorden volgens allerlei deskundigen zeer bescheiden, een enkeling beweert slechts 7%. De andere factoren, klank en beeld, daar gaat het om.

Statisch versus dynamisch

Hoe je eruit ziet tijdens je presentatie, je kleding, je haar, dat bepaal je van tevoren. Dit uiterlijk is tijdens de presentatie min of meer statisch. Ook het uiterlijk van de zaal, de plek, staat vast. Jouw lichaamstaal en klank daarentegen zijn dynamisch.
Je bewegingen, je mimiek, de muziek en het ritme van je woorden, de warmte van je stem, het gebruik van stilte, dit zijn de bewegende, dynamische factoren die het succes bepalen. Een zwerver kan weerzin oproepen of juist ontroeren, een professor kan saai zijn of fascinerend en niet alle clowns zijn grappig. Het succes wordt niet bepaald door het statische beeld (zwerver, professor,clown) maar juist door de dynamische elementen. De statische elementen vormen wel een uitgangspunt. Ferrari’s verkopen in een vies slooppand met kapotte stoelen?

Embodiment

Je kunt op duizend manieren ‘ja’ zeggen. Je klank en de context bepalen de interpretatie. Als je lichaamstaal gesloten is, terwijl je zegt dat je iets goed of belangrijk vindt, dan zal niemand je geloven. Nog sterker, doordat jij gesloten presenteert, ga je zelf (nog) meer twijfelen aan je eigen verhaal. Dit verschijnsel heet ‘embodiment’. Wat je lichaam doet en ervaart, dat vertaal je naar een identieke mentale opvatting.

Van lichaam naar geest en andersom

Mensen die zich herinneren dat ze iets slechts hebben gedaan, die wassen graag hun handen. Psychologen denken bovendien dat dit mechanisme (fysieke gewaarwording gerelateerd aan taalkundig verwante gedachte) bi-directioneel is. De gedachte beïnvloedt de fysieke waarneming en andersom, de fysieke waarneming / handeling beïnvloedt de taalkundig verwante gedachte. Jij beweegt, je verhaal beweegt. Je gaat in een rustige houding staan en je voelt jezelf rustiger worden. Je krijgt een lekkere kop warme koffie of thee in je handen en je gaat positiever oordelen over anderen, je wordt vrijgeviger, dan mensen die een ijskoude kop drank in de handen houden. Je levert een fysieke inspanning op een podium en vervolgens klinken je woorden krachtiger. Hierdoor vind je je eigen woorden belangrijker, de zaal krijgt het sterker binnen en jij krijgt het ook weer sterker terug uit de zaal.

Een dubbele feedbackloop

Als je presenteert, dan heb je de rol van natuurlijk leider. Wat jij doet, dat beleeft je publiek hierdoor heel intens. Zolang je publiek vertrouwen in je heeft, ben jij het voorbeeld. Andersom, wat je publiek doet, dat voel je als (goede) spreker ook. Het publiek is je spiegel en je klankbord. Publiek en presentator vormen één geheel. Het is een permanente wisselwerking, waarbij jij aan het stuur zit. Zie het als een zwerm vogels die door de lucht danst.

Door dingen te doen, ervaar je dingen, zo werkt het. Er ontstaat een mentaal spoor, een soort van geheugen, waardoor het een volgende keer gemakkelijker gaat. Deze gang van zaken benutten we ook in de presentatietrainingen. Je oefent fysiek, en bij herhaling, een aantal belangrijke stappen. De eerste keer dat je echt moet presenteren, (her)ken je dit patroon en ga je het doen. Je hebt geleerd om stevig te gaan staan. Dat voelt goed en hierdoor word je rustiger. Het vertaalt zich vrijwel direct in je verhaal. Dat wordt ook rustiger en krachtiger. Dit is de eerste feedbackloop.

Als jij zichtbaar rustig bent, dan wordt je publiek hier rustig van. Ze gaan beter luisteren. Als spreker merk je dat heel goed. Je ziet dus dat je publiek rustiger wordt en beter gaat luisteren. Dit geeft je zelfvertrouwen waardoor je presentatie beter gaat. De dubbele feedbackloop is in beweging gebracht.

Het effect van de glimlach, nog een staaltje embodiment

Als je vanuit dit idee van een dubbele feedbackloop nadenkt over het nut van glimlachen, dan is het duidelijk dat een lachende presentator succesvoller wordt dan een sombere. Hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk reikte een onderzoek aan dat hier goed bij aansluit. Je kunt het zelf ook doen.

Neem een potlood horizontaal tussen je tanden zonder hiermee je lippen aan te raken. Je trekt hierdoor een lachend gezicht. Nu doe je het potlood horizontaal tussen je lippen, zonder je tanden aan te raken. Je trekt zo een droevig gezicht. De ene groep deelnemers aan een onderzoek liet men het lachende beeld maken, de andere groep het droevige. De lachende deelnemers vonden een cartoon leuker dan de droevige.

Je hersenen herkennen de aanspanning van de spieren. Als je dus doet alsof je lacht bij je presentatie, dan ervaren je hersenen dit en word je iets vrolijker. Je publiek ziet het ook en je krijgt dus als een spiegel een lach uit de zaal terug. Daar word je blij van en je hele presentatie gaat een positieve kant op, volkomen los van de inhoud.

Zien en doen: spiegelneuronen

Dit embodiment-verhaal sluit nauw aan op de functie van de spiegelneuronen in ons brein. Alles wijst er op dat zien en doen in onze hersenen vlak bij elkaar liggen.
Zie het artikel over spiegelneuronen.

Als je als presentator iets doet, iets laat zien, een beeld levert, dan gaat je publiek het ook doen. We onthouden beelden. Ons denken is het verbinden van beelden.
Lees wat de neuroloog Damasio hierover zegt.

Het nut van bewegen.

Belangrijk is ook het effect van je bewegingen op je taal. Je beweegt je hand en er komt een nieuw idee. Je maakt een ritme met je hand, je versnelt of vertraagt en je woorden gaan mee. Ook dit is embodiment en een wisselwerking, een feedbackloop. Tenzij je natuurlijk met je rug naar de zaal je sheets staat op te lezen. Daar komen we niet voor. We komen voor de fysieke ervaring, we willen ons laven aan de spreker.

Als jij ons inspireert, dan inspireren wij jou!

Dus, demonstreer, laat het zien, waar jij enthousiast van wordt. En laat je enthousiasme zien.

Over lichaamstaal

Je lichaamstaal vertelt wat over jezelf en je woorden.

Lichaamstaal als spiegel van jezelf.


Je lichaamstaal zegt alles over jou en over je woorden!
Enthousiasme, vreugde, plezier.

Defensief presenteren (angst, onzekerheid) zie je ook.

Als jij bang bent, dan worden anderen ook bang. Bange mensen luisteren slecht, die zijn onrustig en willen weg.

Armen over elkaar, schouders naar elkaar (gesloten), je hoofd een beetje naar beneden, een been naar achteren (klaar om te vluchten), een been naar voren (klaar om aan te vallen), je gewicht op je hak in plaats van op je voorvoet (terugdeinzen). Het zijn allemaal negatieve signalen, die je meestal onbewust doet.
Het is ook allemaal (af) te leren en dan ziet het er meteen een stuk beter uit. Van onbewust onbekwaam naar bewust bekwaam.

Lichaamstaal is net zo belangrijk als inhoud.

Sta je stevig, dan wordt je verhaal stevig. Zo simpel is het. Als je lekker in je vel zit als je presenteert, dan komt je verhaal ook goed over. Het een is een spiegel van het ander.
Als je lichaam nee zegt, dan kun je met je woorden nog zo hard ja roepen, maar geen mens die je gaat geloven. Als je lichaamstaal ‘ja’ zegt en je woorden zijn minder stellig, dan denkt je publiek toch ja.

Dus, als je woorden en je lichaamstaal tegenstrijdig zijn (en dat kunnen wij mensen heel goed), dan geloven we je lichaamstaal. Er zijn mensen die met hun voet luid en duidelijk nee schudden terwijl ze ja zeggen. Dan is het dus nee. Lichaamstaal gaat boven woorden. Als beide identiek zijn, dan versterken ze elkaar, dan gaan we je geloven, dan ben je helder.

Daarom is een mentale en fysieke voorbereiding op je presentatie net zo belangrijk als een inhoudelijke.

Even een testje van nog geen minuut doen? :

Ga nu rechtop staan of zitten, stevig, voel je beide voeten op de grond, een beetje uit elkaar. Ontspan je lijf, je handen losjes naast je. Ogen dicht. Tover een glimlach op je lippen.
Hoe voelt dit? Dit is de uitwerking van je eigen lichaamstaal op jezelf. Je publiek zou nu kunnen denken dat je in diepe meditatie verzonken bent. Doe je ogen open en laat je omgeving even op je in werken. Dikke kans dat je nu de dingen om je heen net even anders bekijkt.

Het is een prachtoefening vlak voordat je begint te presenteren.

Voorbereiden is ook een warming-up doen, voor je stem en je lichaam.
Vaak al ’s ochtends vroeg, soms nog even kort van tevoren in een kleedkamer. Stemoefeningen, mondspieroefeningen, dat kan ook heel goed in de auto!

Presenteren is vooral ook een mentaal verhaal.

Heb je er zin in, straal je enthousiasme uit? Dan ben je al een heel eind, want net als angst is enthousiasme zichtbaar in alle vezels van je lichaam.

Voorbereiden is rustig gaan staan, stevig gaan staan, in balans en in een open houding, vóórdat je begint te praten.

Wil je serieus met je lichaamstaal aan de gang, vraag allereerst eens feedback aan collega’s.

Je kunt ook een presentatietraining volgen. We gebruiken als spiegel de waarnemingen van de andere deelnemers. Dat werkt beter dan een camera, want een grote neus, blijft een grote neus.
Het gaat om het dynamische totaalbeeld, dat wordt gevormd door je lichaamstaal, samen met je stem (je klank, je volume, je helderheid en tot slot ook nog je woorden). Je kunt je stem zelfs als een vorm van lichaamstaal zien. Zie stemexpressie.

Voorbereiden: inhoudelijk, fysiek, mentaal