Wanneer werkt communicatie?

Interactie maakt je presentatie

Eerst even een definitie van communicatie:

‘Communicatie is het scheppen van gemeenschappelijke betekenis.’*

Die gemeenschappelijke betekenis is er niet zomaar. Daar moet je ter plekke aan werken. Met vragen bijvoorbeeld. ‘Begrijpen jullie mij?’
Presenteren is ontmoeten, dan gebeurt er iets. Ontmoeten doe je door interesse te tonen voor de ander. Door vragen te stellen, door vragen te laten stellen, door ervaringen te delen  ‘Mee eens?’

Het begint al met de vraag: ‘Kunt u mij allemaal goed verstaan?’ Natuurlijk heeft u dit van tevoren gecheckt, maar de vraag is toch goed. Check, check, dubbelcheck. ‘Begrijpt u mij?’ of ‘Herkent u dit?’ Voelt u weerstand tijdens uw presentatie, dan is het ook tijd voor vragen: ‘Waar zit u mee?’

Vragen stellen dus. Popsterren doen het ook. ‘Everybody happy?’ Het moet overigens wél echt zijn, je interesse voor de ander. Je moet dus ook wachten op het antwoord, je moet er naar luisteren, je moet er op reageren, er iets mee doen.

Een goed gesprek aan de keukentafel.

Een ontspannen en goed gesprek, aan de keukentafel, of bij de open haard. Daar gebeurt het. Dus breng die keukentafel naar de plek waarop je presenteert, althans de sfeer, zodat het er zoveel mogelijk op lijkt. Maak het zo gezellig mogelijk in het zaaltje. Mooie bos bloemen op tafel, een paar leuke dingen om te laten zien, het maakt niet uit wat je doet, als je het maar gezellig maakt. Gezellig, een haast onvertaalbaar Nederlands woord. Veilig en vertrouwd, dat kun je ook zeggen. Als het niet veilig is, als het niet vertrouwd is, dan willen we namelijk weg. Pas als het veilig en vertrouwd is, kunnen we gaan luisteren naar je verhaal.

‘Wat wilt u weten?’ vroeg onlangs een presentator vrijwel meteen na de introductie van zijn onderwerp. Het werd pijnlijk stil. Toen zei hij. ‘Ahh, als u niets wilt weten, dan gaan we naar de bar, dan zijn we klaar.’ Na nog wat duwen en trekken kwamen de vragen en werd het een leuke, interactieve en informatieve en volgens mij vruchtbare avond.

Interactie met honderd mensen?

Aan grote groepen kun je ook vragen stellen. Met hand opsteken kun je zo allerlei dingen peilen. ‘Wie heeft er een hekel aan honden?’ ‘Willen nu diegenen die een hond hebben hun hand opsteken?’ Dan heb je al twee werelden tegenover elkaar.

Interactief presenteren is de sleutel naar succes.

Zonder interactie gebeurt er niets. Andersom, als er interactie is, dan is er contact en kan er gemeenschappelijke betekenis ontstaan. Zenden heeft alleen zin, als er vraag naar is. De vraag van een organisator is lang niet altijd de vraag uit de zaal. Vraag aan uw publiek wat ze willen weten. Uw presentatie wordt zoveel effectiever. Wel bent u degene die de voorwaarden aanbiedt. U moet het dus eerst veilig en vertrouwd maken, anders durven uw luisteraars geen vragen te stellen.

‘Wat vindt u?’ ‘Bestaan er domme vragen?’

* Definitie afkomstig van Gisela Redeker, hoogleraar communicatie aan de R.U.G.