Embodiment, feedback en presenteren

Over fysieke aspecten van presenteren.

Goed presenteren is het resultaat van een complex samenspel van factoren. De inhoud moet natuurlijk kloppen, maar daarmee begint het pas. De manier waarop je presenteert bepaalt het succes.
Hoe ziet het eruit? Hoe klinkt het?
Klank en beeld zijn een fysieke aangelegenheid. Iemand van vlees en bloed slaagt er al dan niet in om het publiek te boeien. Hij of zij overtuigt, enthousiasmeert en informeert. Hierbij is het belang van woorden volgens allerlei deskundigen zeer bescheiden, een enkeling beweert slechts 7%. De andere factoren, klank en beeld, daar gaat het om.

Statisch versus dynamisch.

Hoe je eruit ziet tijdens je presentatie, je kleding, je haar, dat bepaal je van tevoren. Dit uiterlijk is tijdens de presentatie min of meer statisch. Lichaamstaal en klank daarentegen zijn dynamisch.
Je bewegingen, je mimiek, de muziek en het ritme van je woorden, de warmte van je stem, het gebruik van stilte, dit zijn de bewegende, dynamische factoren die het succes bepalen. Een zwerver kan weerzin oproepen of juist ontroeren, een professor kan saai zijn of fascinerend en niet alle clowns zijn grappig. Het succes wordt niet bepaald door het statische beeld (zwerver, professor,clown) maar juist door de dynamische elementen.

Embodiment.

Je kunt op duizend manieren ‘ja’ zeggen. Je klank en de context bepalen de interpretatie. Als je lichaamstaal gesloten is, terwijl je zegt dat je iets goed of belangrijk vindt, dan zal niemand je geloven. Nog sterker, doordat jij gesloten presenteert, ga je zelf (nog) meer twijfelen aan je eigen verhaal. Dit verschijnsel heet ‘embodiment’. Wat je lichaam doet en ervaart, dat wordt vertaald naar een identieke mentale opvatting.

Mensen die zich herinneren dat ze iets slechts hebben gedaan, die wassen graag hun handen. Psychologen denken bovendien dat dit mechanisme (fysieke gewaarwording gerelateerd aan taalkundig verwante gedachte) bi-directioneel is. De gedachte beïnvloedt de fysieke waarneming en andersom, de fysieke waarneming / handeling beïnvloedt de taalkundig verwante gedachte. Jij beweegt, je verhaal beweegt. Je gaat in een rustige houding staan en je voelt jezelf rustiger worden. Je krijgt een lekkere kop warme koffie of thee in je handen en je gaat positiever oordelen over anderen, je wordt vrijgeviger, dan mensen die een ijskoude kop drank in de handen houden. Je levert een fysieke inspanning op een podium en vervolgens klinken je woorden krachtiger. Hierdoor vind je je eigen woorden belangrijker, de zaal krijgt het sterker binnen en jij krijgt het ook weer sterker terug uit de zaal.

Een dubbele feedbackloop.

Als je presenteert, dan heb je de rol van natuurlijk leider. Wat jij doet, dat beleeft je publiek hierdoor heel intens. Zolang je publiek vertrouwen in je heeft, ben jij het voorbeeld. Andersom, wat je publiek doet, dat voel je als (goede) spreker ook. Het publiek is je spiegel en je klankbord. Publiek en presentator vormen één geheel. Het is een permanente wisselwerking, waarbij jij aan het stuur zit. Zie het als een zwerm vogels die door de lucht danst.

Door dingen te doen, ervaar je dingen, zo werkt het. Er ontstaat een mentaal spoor, een soort van geheugen, waardoor het een volgende keer gemakkelijker gaat. Deze gang van zaken benutten we ook in de presentatietrainingen. Je oefent fysiek, en bij herhaling, een aantal belangrijke stappen. De eerste keer dat je echt moet presenteren, (her)ken je dit patroon en ga je het doen. Je hebt geleerd om stevig te gaan staan. Dat voelt goed en hierdoor word je rustiger. Het vertaalt zich vrijwel direct in je verhaal. Dat wordt ook rustiger en krachtiger. Dit is de eerste feedbackloop.

Als jij zichtbaar rustig bent, dan wordt je publiek hier rustig van. Ze gaan beter luisteren. Als spreker merk je dat heel goed. Je ziet dus dat je publiek rustiger wordt en beter gaat luisteren. Dit geeft je zelfvertrouwen waardoor je presentatie beter gaat. De dubbele feedbackloop is in beweging gebracht.

Het effect van de glimlach.

Als je vanuit de theorie van de dubbele feedbackloop nadenkt over het nut van glimlachen, dan is het duidelijk dat een lachende presentator succesvoller wordt dan een sombere. Hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk reikte een onderzoek aan dat hier goed bij aansluit. Je kunt het zelf ook doen.

Neem een potlood horizontaal tussen je tanden zonder hiermee je lippen aan te raken. Je trekt hierdoor een lachend gezicht. Nu doe je het potlood horizontaal tussen je lippen, zonder je tanden aan te raken. Je trekt zo een droevig gezicht. De ene groep deelnemers aan een onderzoek liet men het lachende beeld maken, de andere groep het droevige. De lachende deelnemers vonden een cartoon leuker dan de droevige.

Je hersenen herkennen de aanspanning van de spieren. Als je dus doet alsof je lacht bij je presentatie, dan ervaren je hersenen dit en word je iets vrolijker. Je publiek ziet het ook en je krijgt dus als een spiegel een lach uit de zaal terug. Daar word je blij van en je hele presentatie gaat een positieve kant op, volkomen los van de inhoud.

Zien en doen: spiegelneuronen.

Dit embodiment-verhaal sluit nauw aan op het verhaal over de spiegelneuronen in ons brein. Alles wijst er op dat zien en doen in onze hersenen vlak bij elkaar liggen.
Zie het artikel over spiegelneuronen.

Als je als presentator iets doet, iets laat zien, een beeld levert, dan gaat je publiek het ook doen. We onthouden beelden. Ons denken is het verbinden van beelden.
Lees wat de neuroloog Damasio hierover zegt.

Het nut van bewegen.

Belangrijk is ook het effect van je bewegingen op je taal. Je beweegt je hand en er komt een nieuw idee. Je maakt een ritme met je hand, je versnelt of vertraagt en je woorden gaan mee. Ook dit is een wisselwerking, een feedbackloop. Tenzij je natuurlijk met je rug naar de zaal je sheets staat op te lezen. Daar komen we niet voor. We komen voor de fysieke ervaring, we willen ons laven aan de spreker.

Als jij ons inspireert, dan inspireren wij jou!