Presentatie-columns

Zo zet je je zuurstofpomp aan.

Met je handen scherp je je presentatie.

Je handen helpen je om goed te presenteren.

Een goede presentator doet een warming up en dat oefenen we tijdens trainingen. Dan beginnen we meestal met het bewegen van je handen en vingers. Deze beweging maken we in stapjes groter. De oefening komt uit Tai Chi. Het is eenvoudig, het werkt heel goed en het is altijd en overal te doen.

Waarom zijn goed bewegende handen zo effectief?

Een neurofysioloog vertelde dat er een dikke kabel met zenuwen via je armen naar je hersens loopt. Zo veel verbindingen zijn er nodig voor de complexe aansturing van je armen en handen. Je kunt je je handen en armen vergelijken met een vijf-assige robot, zo hoorde ik ook. Ter illustratie: moderne fabrieken hebben vooral één- en twee-assige robots. Vijf-assig, denk er eens over na. Een Balinese danseres is een prachtig voorbeeld evenals een geweldige presentator.

Bewegende handen zetten je hersens aan het werk

Ieder van ons heeft dus twee vijf-assige robots in huis. Om deze goed te gebruiken, heb je veel hersencapaciteit (en oefening) nodig. Fijne motoriek is razend ingewikkeld. Zodra je je handen en armen gaat bewegen, gaan je hersenen dus flink aan het werk. Hier is veel zuurstof voor nodig. Dus zodra je je handen en armen gaat bewegen, dan gaat meteen de zuurstofpomp aan. Je hart gaat meer bloed naar je hersenen pompen. Dat stimuleert meteen ook je denken, je scherpte, je formuleringsvermogen, je taal, je alertheid, je aanwezigheid.

Conclusie 1: zodra je je handen en vingers beweegt, gaat presenteren veel beter. 

Andersom geldt helaas het tegenovergestelde. Zodra sprekers hun handen vastzetten, daalt meteen de zeggingskracht, het wordt gemompel en saai. Dat heb ik al honderden keren gezien. Sprekers én publiek kakken onmiddellijk in. Fysiek gaat het mis, mentaal, verbaal, in het contact. Handen vast, of ook maar enigszins gesloten, is al een defensief signaal en nu blijkt de boel ook nog eens als een plumpudding in elkaar te zakken.

Zodra je je handen vastzet, is het signaal naar de zuurstofpomp duidelijk: stop maar met pompen, het hoeft niet meer. Pats, je hersenactiviteit daalt. En aiaiai, daar gaat je scherpte. Je handen vastzetten werkt dus om meerdere redenen volkomen averechts.

Conclusie 2:  Gesloten handen, op wat voor manier dan ook, dat gaat fout.

De zuurstoftoevoer naar je hersenen neemt af en je scherpte en alertheid verdwijnen als sneeuw voor de zon. Jammer, gemiste kans.

Uiteindelijke conclusie: Hou je handen los en open, gebruik ze speels en intelligent.

Gebruik ze als een danser(es), als verlengstuk van je lippen, als aanjager van je zuurstofpomp, als middel om scherp te blijven,
Gebruik ze als Obama in deze sensationele speech uit 2004 (6 minuten).

Lees meer over je handen tijdens je presentatie

Ga zingen, op toneelles of naar een training presenteren

Plankenkoorts? Zo kom je er vanaf.

Plankenkoorts, podiumvrees, spreekangst. Vreselijk. Je bent bang om in het midden te staan, alle aandacht op je gericht. Je staat doodsangsten uit. Help!

Allereerst is spreekangst of podiumvrees heel normaal. Bijna iedereen om je heen heeft plankenkoorts. Zo bleek maar liefst 95 % van een grote groep studenten spreekangst te hebben.

Beroemdheden als Adèle, Barbara Streisand en Johny Depp hebben ook last van plankenkoorts, ‘Stage fright’, zo heet zelfs een album van de legendarische begeleidingsband van Bob Dylan.
Aan plankenkoorts is veel te doen en een derde van alle mensen doet er inderdaad ook wat aan in de loop van zijn of haar leven.

Plankenkoorts is heel begrijpelijk. Jij tegenover een groep mensen, dat ga je altijd verliezen. Pas als je er anders naar gaat kijken (wij samen) verandert dit beeld. Op een presentatietraining kun je leren om er anders mee om te gaan.

Plankenkoorts is dus:
A) Heel normaal en
B) Voor de meesten van ons grotendeels oplosbaar.
C) Plankenkoorts is logisch zolang je je bedreigd voelt door je publiek.
D) Samen met je publiek op een mooie, spannende reis gaan, dat is de oplossing.

Komt iedereen van plankenkoorts af?

Bijna iedereen komt er voor een goed deel vanaf. En het restant is nuttig.
Door erover te leren, door oefening, training, feedback en ervaring leer je om met je plankenkoorts om te gaan. Je komt er ook vanaf door op toneel te gaan en iedere dag overal te gaan zingen.

Wat doen mensen om hun plankenkoorts te verminderen?

In essentie zijn er twee wegen. Een harde weg die vroeger of later doodloopt en een zachte weg die je echt helpt. In het gratis e-book ‘Help ik wil van mijn spreekangst af’ worden beide wegen uitgelegd.

Voorbereiding is alles. Fysiek, mentaal en inhoudelijk.

Bij voorbereiden gaat het net zo goed om fysiek en mentaal voorbereiden als om de inhoud.

Fysiek. Mensen kijken naar iemands lichaamstaal om te zien of ze die persoon geloofwaardig vinden. Er zijn sprekers die ja zeggen en intussen met hun voet nee schudden. Dan geloven wij die voet en niet de woorden. Lichaamstaal gaat boven woorden, want woorden kunnen niet kloppen. Je lichaamstaal klopt altijd. Ben je ontspannen of niet? Dat heeft met je geloofwaardigheid te maken en dat zien we aan je lichaamstaal.
Hoe klinkt het? Dat is ook belangrijk. Daarom besteden we in onze trainingen veel aandacht aan stemgebruik, stembevrijding. Want een opgesloten stem, dan klinkt niet goed. Daar wordt een publiek onrustig en angstig van. Waarom voelt deze spreekster / spreker zich niet vrij? Ook klank gaat voor de woorden. Als je angstig klinkt en je zegt dat je je vrij voelt, dan geloven we je echt niet.

Mentaal. Ja, met wat voor gevoel sta je eigenlijk op dat podium? Mik je op samenwerken of op vechten? Kom je iets waardevols brengen, of kom je alleen iets halen? Ben je geïnteresseerd in de mensen die naar je luisteren of nauwelijks? Heb je er plezier in? Als het niet leuk, mooi of interessant is, dan willen de meeste mensen weg.
Met de juiste instelling op het podium staan, dat is cruciaal voor een goede presentatie. De juiste instelling is, ik wil jullie graag ergens mee helpen, laten we het samen onderzoeken.

Inhoudelijk. Je verhaal moet uiteraard kloppen. Onzin leveren, dat heeft geen zin. De meeste mensen die op een podium hun verhaal mogen presenteren, zijn juist op dat podium beland, omdat ze veel van hun onderwerp afweten of er een bijzonder interessante kijk op hebben. Met de inhoud zit het meestal wel goed.

Je moet je dus fysiek voorbereiden, door van te voren goed te ontspannen. Een warming up voor lichaam en stem helpt ook. Je moet je mentaal voorbereiden door na te denken over je instelling. Wat kom je brengen? Wat wil je dat je verhaal is? En tot slot moet de inhoud van je verhaal kloppen.
Als je aan deze drie voorwaarden voldoet, dan kun je met een gerust hart het podium op en zou plankenkoorts niet nodig zijn. En toch is het er meestal nog steeds.

Plankenkoorts heeft met kwetsbaarheid te maken.

Natuurlijk voelt het kwetsbaar, helemaal alleen, midden op een podium. Regelmatig geven mensen dit ook aan. ‘Het voelt alsof ik hier naakt sta, zo eng vind ik dit.’ Soms wordt ook als oplossing genoemd om je voor te stellen dat de hele zaal er in zijn of haar blootje zit. Dan zijn we tenminste weer gelijk.
Er is een een belangrijke stroming in de psychologie die stelt dat je kwetsbaar opstellen je onkwetsbaar maakt. Ik denk dat dit klopt. Als je zegt dat je plankenkoorts hebt, dan lucht dat meteen op en er is alle begrip voor in de zaal. Kwetsbaar zijn is ook dapper, mooi en ontroerend. Als een presentatie kwetsbaar is, dan luisteren we ademloos!

Toch nog plankenkoorts?

Plankenkoorts en spreekangst gaan meestal over iets fundamenteels. Mag je er wel zijn? We hebben allemaal krassen op onze kinderziel. Momenten waarop we niet welkom waren en er geen plek voor ons was. Die krassen hinderen je om je plankenkoorts te overwinnen. Ook aan die krassen op je kinderziel kun je werken. Training, opleiding, onderzoek en soms therapie.
Wij werken hier het meest aan in onze driedaagse training: Spreekangst wordt stemkracht.

Ook de tweedaagse training ‘Presenteren vanuit zelfvertrouwen’ helpt je. Zelfs onze eendaagse training ‘Rust in je presentatie’ brengt je al een stuk verder. We bieden je bovendien individuele coaching en het handboek ‘Presenteren is een feest’, waarin alles over presenteren van A tot Z wordt verteld.

Nu meteen wat doen aan plankenkoorts? Vijf tips.

    1. Zorg dat je zo ontspannen mogelijk bent. Ga wandelen in de natuur, yoga, mindfulness, Tai Chi.
    2. Ga zingen, op toneel, schilderen, schrijven, dansen. Alle vormen van expressie helpen.
    3. Van klein naar groter. Gewoon in de allerkleinste zaaltjes beginnen, bij voorkeur thuis in de keuken. Hardop repeteren, repeteren, alle profs doen het!
    4. Bereid je zo goed mogelijk voor. Fysiek, doe een warming up, mentaal, laat los, en inhoudelijk, maak een mindmap.
    5. Accepteer jezelf en je fouten. Goed geprobeerd, dapper. Volgende keer beter.

Lees ook wat de site wrm over plankenkoorts zegt.

De manier om je publiek te raken

Stop de natuur in je presentatie

Zodra je voorbeelden uit de natuur in je presentatie stopt, verandert het spel.

Alles uit de natuur past. Voorjaar, zomer, herfst, winter. Groei, bloei en verval.

Neem die wonderbaarlijke, diametrale metamorfose van groen blad naar rood blad, naar geel blad, naar alle tonen oranje-bruin. De natuur doet het gewoon. Volkomen tegengesteld, paradoxaal. Dood doet leven, de paddestoelen op dode bomen. Het frissere weer, de wind om je oren, rode wangen op de fiets, overal paddenstoelen, eikels, beukennootjes.

Met de natuur in je presentatie breng je er meteen leven in en ontstaan er krachtige beelden. De natuur biedt duizenden metaforen over groei, levenscycli, samenwerken, evenwichten, processen, economie, duurzaamheid, man en vrouw,  kracht, schoonheid.
Tijdens een training bleven de deelnemers verhalen over bomen vertellen, allemaal hadden ze herinneringen ana bomen.  we telkens weer op verhalen over bomen. Langs een oude weg bij Uden, in de binnenstad van Utrecht, maar ook als metafoor voor robuustheid en stevig staan. Geworteld, geaard, zoals men in de toneelwereld zegt. Een boom zweeft niet, maar is verbonden met de aarde. Voor een goed verhaal geldt hetzelfde. Een deelnemer vertelde over zo’n mooie rij bomen, dat ze daar haar bed wel neer wilde zetten. We hadden het over het geruis van de bladeren, maar ook over de kracht van zo’n grote boom.

De natuur in je verhaal, dat zijn ook de bloemen in de zaal en zelfs de rustige kleur groen in ziekenhuizen en operatiekamers. Zodra je over de natuur begint, daalt de stress en neemt de betrokkenheid toe. Prachtige wolkenluchten, zonsopgangen en ondergangen helpen je verhaal. Allemaal pareltjes, ijsbrekers, afstemmers en pogingen om bij elkaar te komen.

Vaak vragen mensen dan naar het bruggetje met hun onderwerp, bijvoorbeeld de cijfers van het derde kwartaal. Niet eens nodig, dat bruggetje hoeft er niet te zijn, het mag wel, maar het hoeft niet. De natuur in je verhaal werkt altijd.

Even over mijn fietstocht terug naar huis gisteravond, door het bos. Het werd al donker. Ik fietste tegen de Amerongse berg op, een mooi klimmetje. Net over de top leek het of er in de verte lampen branden. Vóór de top was het al bijna helemaal donker, want onder de bomen en geen uitzicht.  Precies eroverheen, op de plek van een markante beuk, was er plots nog even wat laatste zonlicht. Verrassing. Bijzonder.

Mijn verhaal heeft dus niets met de kwartaalcijfers te maken, maar ik vertel het toch graag even, want ik was er door verrast. En dan nu die kwartaalcijfers, nee, grapje, die zijn prima en ik bespaar ze u. Mijn verhaaltje over het laatste licht duurt nog geen 30 seconden. Met zo’n verhaal roep je andere verhalen op en til je de hele bijeenkomst naar een mooier energetisch plan, er ontstaat meer interactie, meer betrokkenheid.

Laat je dus de natuur toe in je presentatie dan gaat het meteen stukken beter.

De weg naar goede presentator

Maak een leerplan

Hoe leer jij het beste?

Heb jij een leerplan?

Bij de betere bedrijven komt het voor, een POP, een Persoonlijk Ontwikkelings Plan. Met hopelijk ook een budget. Geweldig als dat er is, een goed leerplan, op maat, voor jou.

Heb je geen POP, dan is het aan jou om voor je eigen leerplan te zorgen. Het is jouw leven, jij bent verantwoordelijk voor je eigen ontwikkeling. Als je de vragen die hier worden gesteld, schriftelijk beantwoord, dan is je eigen leerplan zo klaar.ze nieuwsbrief, dan ben je al op weg!

Wat heb jij nodig om je te ontwikkelen? Omstandigheden, tijd, geld, rust. Schrijf het op!
Wat ga je doen om die omstandigheden te realiseren? Schrijf op.

Waarom we leren en waartoe, dat is best duidelijk.

  • Op individuele schaal gaat het om zelfverwezenlijking.
  • Op organisatieniveau gaat het om competitief blijven.
  • Mondiaal gaat het om een gelukkige wereld.

Waarom leer jij? Waartoe? Ook dit mag je opschrijven.

Onze leeromgeving is enorm veranderd. Van uniform, klassikaal, naar  ‘blended learning’, op maat, 24/7 en on-line.

Ieder mens leert ook anders. Hoe leer jij? Door schade en schande? Door te spelen? Door kruisbestuiving?
Door zien, of door doen? Hoe we leren, is een cruciale vraag, nu permanent leren zo belangrijk is geworden.

Hoe leer jij het liefst?

Mensen leren vooral door een combinatie van leermethoden.

Volgens het leermodel van (David) Kolb zijn er vier leersystemen, praktisch samen te vatten tot W.E.R.K.

Waarnemen, Ervaren, Reflecteren, Kadreren. 

Het is een cyclus van zien, zelf proberen, commentaar opnemen en de nieuwe ‘kennis’ inbedden in een breder kader.
Telkens komt er nieuwe ervaring en kennis bij en begint de cyclus overnieuw

In een goede leeromgeving worden de elementen uit het Leermodel van Kolb consequent aangereikt. De trainer doet het kort voor, daarna ga je zelf experimenteren, je bespreekt je ervaring, je krijgt feedback en de trainer reikt aanvullende kennis, oefeningen en kader aan. Op weg naar de volgende stap. Zo proberen wij het te doen in onze trainingen.

‘Blended learning’ dringt steeds meer door. Luisterboeken voor in de auto, filmpjes op YouTube, nieuwsbrieven op maat, training in het echt voor meer emotionele ervaring en skypecoaching.

Kolb onderscheidt ook vier leerstijlen. Ze combineren telkens twee van de elementen uit het leermodel,

  • Dromer: Ervaren en reflecteren
  • Denker: Reflecteren en kadreren
  • Doener: Ervaren en waarnemen
  • Beslisser: Kadreren en ervaren

Welke leerstijl past bij jou? Dus, wat voor leerervaring heb jij nodig?

Hoe leer jij? Wat heb je nodig om te leren? En: wat wil je leren? Schrijf het op.

Hoe ga je het doen? Wat is je leerplan voor het komende jaar? Kleine stappen zijn prima. Iedere avond 10 minuten studeren helpt mij al enorm. Een middag per maand er aan werken, prima. Plan die middag. Niet gelukt? Wordt niet boos op jezelf, maak gewoon een nieuw plan.

Samenvatting leerplan:

  • Waarom wil ik leren?
  • Wat wil ik leren?
  • Hoe leer ik? (Zie leerstijlen hierboven.)
  • Welke omstandigheden heb ik nodig?
  • Hoe realiseer ik mijn goede leeromstandigheden?
  • Welke kleine leerstappen kan ik nu al bijna dagelijks maken, zoals iedere dag iets lezen of oefenen.
  • Welke leraar / lerares zoek ik?
  • Waar en hoe kan ik die vinden?
  • Waar wil ik zijn over tien jaar, qua kennis en vaardigheden?
  • Wat ga ik doen om dit plan te verwezenlijken?

Gouden tip: print dit plan uit, draag het constant op zak, tot je het hebt bereikt of vervangt.

 

Leerplan goede presentator

Waarom wil ik een goede presentator worden?

Wat heb ik te vertellen?

Wil ik mijn verhaal eerst uitschrijven, of al meteen proberen?

Eerst eens wat proberen en dan ontdekken waar het moeilijk gaat?

Wil Ik zien hoe anderen het doen? Welke anderen? Waar?

Heb ik toneelles nodig, een presentatietraining, individuele coaching?

Wie kan me hierbij helpen?

Welke stappen ga ik maken, in welke volgorde?

 

 

Feedback betekent letterlijk VOEDING terug geven.

Feedback als onderdeel van je presentatie

Veel presentaties bevatten feedback.
‘We hebben het goed gedaan!’ Of ‘we hebben het juist niet goed gedaan.’
Dit zijn conclusies en het is meteen ook feedback.
Constructieve feedback inspireert en werkt heel goed. Helaas kan feedback ook volkomen averechts uitpakken. Mensen klappen dicht en verhoudingen raken verstoord.

Hoe geef je effectieve feedback? Welke vormen zijn er? Wat bereik je met welke vorm?

Eerst even een sterk en positief voorbeeld:

Ik zat op de middelbare school tijdens wiskundeles achterin de klas stiekem met een vriendje te schaken. De leraar zag het en kwam op ons af. Hij pakte het bord en, in plaats van het in beslag te nemen, keek even naar de stelling. Vervolgens deed hij een prima zet. Ik was stomverbaasd. Na deze geweldige reactie ben ik een stuk beter in wiskunde geworden en de heer Jongma ben ik nog steeds dankbaar.

Briljante feedback, onverwachts, humor, superieur en liefdevol. Provocatieve coaching avant la lettre.

OMA houdt van NIVEA

OMA houdt van NIVEA is een bekend zinnetje dat staat voor Oordelen, Meningen, Aannames en Niet Invullen Voor Een Ander. Tja, knap lastig, geen oordelen, geen meningen, geen aannames in je presentaties en ook niet invullen voor je publiek. Je ziet direct mensen in de weerstand schieten: ‘dat bepaal ik zelf wel.’ Feedback en oordelen liggen dicht bij elkaar.

Toestemming nodig om feedback te geven

Toestemming om feedback te kunnen geven is een absolute voorwaarde om enig succes te bereiken. Heb je die? Evaluatiegesprekken, functioneringsgesprekken, trainingen bevatten in hun naam al een soort van overeenkomst, waarin het geven van feedback is opgenomen. Deelnemers weten wat er gaat gebeuren.

Voor het geven van feedback heb je een, al dan niet uitgesproken, contract met de feedbackontvanger, een samenwerkingsovereenkomst. Wat is de inhoud van dat contract? Het gaat over duur, inhoud,  verantwoordelijkheden, grenzen, wederzijdse verwachtingspatronen.

Eerst de feiten op een rijtje

Heb je toestemming, begin dan kort met de feiten te checken. In principe kunnen die helder zijn, toch? Maar ziet de ander ze ook zo? Stem dit goed af, dan is er een gemeenschappelijk vertrekpunt. Als je merkt dat hier al verschillen zitten, dan begrijp je ook al iets van een mogelijk probleem. Pas na optimale afstemming van de feiten kun je met jouw conclusies komen, je analyse en mogelijke oplossingen. Beperk je feedback vooral tot je eigen waarneming en idee.

De feedback-ontvanger moet zich gehoord en begrepen voelen.

Pas als een ontvanger zich gehoord, erkend en begrepen voelt, dan pas komt er bij hem of haar ruimte om te gaan luisteren naar feedback. In alle andere situaties klapt de ontvanger dicht of schiet in de verdediging.Dit proces van erkenning kost tijd, tijd die er soms niet lijkt te zijn. Toch heeft verder gaan geen zin, zolang de ontvanger zich niet erkend voelt. En de schade die ontstaat als je die tijd niet zoekt en neemt, die is veel groter.

Goed naar de tekening van een kleinkind gekeken. Twee koppoters in een rode ruimte. Pappa en mamma in hun huis? Inderdaad. Mooi! Meteen worden er nog een paar tekeningen gemaakt. Voor mij.

Nog even de stappen:.Eerst toestemming vragen om feedback te geven. Anders zijn het al snel ongewenste adviezen. Dan de Waarneming. Welke feiten zie jij? Welke feiten ziet de ander? Erkenning van de ander? Wat doet het met je? Probeer om van binnenuit feedback te geven, zoals wel wordt gezegd, met zachte ogen’. Erken de ander, als betrokken mens van goede wil, met inzet.

Feedback op personen

Altijd geldt, hard op de zaken, zacht naar de mensen. Zie bijvoorbeeld de lessen uit het Harvard Negotiation Project.
Realiseer je dat je altijd te maken hebt met overdracht en tegenoverdracht.  Het gaat hierbij primair om gezagrelaties zoals leraar leerling, ouder kind, maar ook presentator publiek. Deze relaties zijn extra gevoelig voor overdracht.

Samenvatting

Dialoog als feedback-vorm

Feedback werkt alleen als er, ondanks bijvoorbeeld een gezagsverhouding, sprake is van gelijkwaardigheid en wederzijds respect. Waarom heb jij voor deze oplossing gekozen? Niet als verwijt, maar als oprechte nieuwsgierigheid. Wat wil je ermee bereiken? Lukt dat zo? Zou het anders kunnen? Hoe zou jij het willen?

Positieve feedback

Positieve feedback werkt vele malen effectiever dan negatieve feedback. Stimuleren in plaats van afstraffen. Met negatieve feedback kweek je een angstcultuur. Dit gaat ten koste van de betrokkenheid, de creativiteit en de innovatiekracht. Positieve feedback stimuleert dit alles. Mensen willen aandacht, erkenning, waardering, kortom liefde. Als je dat oprecht geeft, dan gaan ze luisteren en is je feedback welkom.

Sandwich feedback

Men zegt wel dat mensen maar één punt van kritiek tegelijk kunnen horen, en dan nog alleen als het is ingebed in complimenten. Dus begin met welgemeende complimenten, zorg dat ze aankomen en gevoeld worden. Daarna kun je de stap maken naar iets dat mogelijk nog beter kan. Als dat wordt begrepen, wordt het tijd voor opnieuw bevestigen, want er ging al van alles heel erg goed.

Metaforische feedback

Zie het leven als een rivier. Je kunt misschien beter wat meer met de stroom meegaan, want alleen maar er tegen in, dat raak je uitgeput.

Het gebruik van metaforen (het leven als rivier) is zeer zinvol. Je verandert het perspectief en brengt kleine problemen vaak in een groter verband. Je tilt je verhaal naar een hoger niveau.

Voed je de ander?

Ja, die vraag mag ik ook mezelf stellen. Voed ik jou? Kun jij hierdoor groeien? Want dit is de bedoeling van terug voeden, de ander laten groeien. En helaas, ik was er slecht in. Het heeft mij de nodige relaties gekost, privé en zakelijk. een harde leerschool. Wees slimmer dan ik en leer zo snel mogelijk om effectieve feedback te geven.

Succes.

Op het randje van je comfortzone

Over leren en presenteren

Veel presentaties proberen het publiek iets te leren over het onderwerp van de presentatie. een presentatie is dan ook vaak een soort van les. Dus je kunt ook kijken naar leertheorieën om iets te leren over goed presenteren.

Het leermodel van Kolb is (voor velen) een belangrijk uitgangspunt.

W.E.R.K.
Waarnemen, ervaren, reflecteren en kadreren.

(W: Een goed voorbeeld zien, E: het zelf proberen, R: evalueren en erover nadenken en K: je verder verdiepen in het onderwerp. Lees onze pagina over het leermodel van Kolb.

Veel presentaties zijn eenrichtingsverkeer. Je publiek kan wel van alles waarnemen (W), je stem, je lichaamstaal, misschien je slides, je woorden. Hopelijk reik je ook kader aan, geschiedenis, achtergrond, vergelijkbare situaties, alternatieven (K). Maar de E en de R uit het leermodel van Kolb ontbreken. Zelf ervaren en hier weer op reflecteren, het is de helft van het leermodel van Kolb. Dit geeft wel aan dat een presentatie zonder interactie, zonder doe-dingen voor je publiek en zonder dialoog heel wat kansen laat liggen.

Conclusie: interactie en dialoog zijn noodzakelijke elementen in ene goede presentatie.

Op de rand van je comfortzone leer je.

Belangrijk is bovendien dat je vooral leert als het veilig is, anders wil je weg. Aan de andere kant moet het ook weer niet te veilig zijn, want dan sukkel je in slaap.

Men zegt dat je op het randje van je comfortzone leert. Misschien herken je dit. Waar het nieuw is, waar het spannend is. Je traint je hersenen bijvoorbeeld het beste als je beweegt in een nieuwe omgeving, wandelend of fietsend op reis.

Als je te ver over de rand van je comfortzone gaat, dan leer je niets meer, want je voelt serieus gevaar en gaat over op automatisch overlevingsgedrag.

Optimaal leren is dus zoeken naar de juiste spanning en ontspanning. Want als je moe bent, dan heb je geen capaciteit vrij om te leren.

Conclusie: Goede sprekers dagen dus ook uit, provoceren soms, zoeken het scherp van de snede op.

Beweging helpt om te leren.

Bewegen blijkt telkens van groot belang. Beweging helpt je denken,. Als je vingers een complexe beweging maken is er veel hersenactiviteit op verschillende plaatsen in je hersenen.  Je hersens worden er wakker van, er wordt zuurstof gebruikt en je bloed moet verse zuurstof aanvoeren. Door met je hele lijf te bewegen, wordt overal meer zuurstof gebruikt en opgenomen en dus ook in je hersenen. Toch leer je weinig als je altijd dezelfde toestellen op de sportschool gebruikt, in ieder geval leer je veel meer in een nieuwe omgeving, fietsend of wandelend of dansend op reis. Aa, als je als presentator dit aan je publiek kunt aanbieden, dan ben je  echt goed bezig.

Concl;usie: allerlei vormen van beweging zijn zeer welkom.

De kracht van de herhaling

Tot slot is herhaling een belangrijk gegeven voor een presentatie en om te leren. Het eenvoudigste presentatiemodel is bijvoorbeeld: Kernboodschap, uitleg, kernboodschap. Men zegt ook wel dat je eerst vertelt wat je gaat vertellen, dat je dat dan (nog een keer) vertelt en dat je tot slot samenvat wat je zojuist hebt verteld. Dat is drie keer hetzelfde verhaal. De kunst van goed herhalen is om het niet exact hetzelfde te doen, maar om telkens een iets andere invalshoek te gebruiken, linksom, rechtsom en recht door het midden. Heel goed werkt het ook om het publiek te laten herhalen, wat ze zojuist gehoord hebben. Je checkt of je verhaal is overgekomen, krijgt kans om verder toe te lichten en het publiek participeert actief. Tel uit je winst.

Conclusie: herhalen moet.

Dus: W.E.R.K.: Waarnemen, ervaren, reflecteren, kader. Interactie met je publiek is hiervoor nodig. Het moet ook spanennd zijn, maar niet te spannend. op de rand van je comfortzone leer je. Er is Voortdurend beweging nodig en herhaling op een speelse, afwisselende manier is onmisbaar in een goede presentatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Spreek de taal van de hoop

Maak je publiek gelukkig

Sonja Lyubormirsky is hoogleraar psychologie aan de universiteit van Californië in Riverdale. Ze heeft twee bestsellers over geluk geschreven: de ‘mythes van geluk’ en de ‘maakbaarbeid van geluk’. Waarom zijn sommige mensen gelukkiger dan anderen en wat kun je er zelf aan doen? dat zijn haar basisvragen. Ze toont ook overtuigend aan dat gelukkige mensen op allerlei gebieden beter presteren dan  minder gelukkige mensen.Vrij logisch op zich, maar zij bewijst het. En ze zocht onderscheidende factoren uit. Wat doen gelukkige mensen anders, dan minder gelukkigen? Kunnen jij en ik dat ook doen en gaat dat dan werken?

Allereerst stelt zij dat de ene mens een soort van gelukkiger genen heeft dan de ander. Dat is biologisch  vastgelegd. Lastig om hier veel an te veranderen. Dus blijft de andere helft over, daar kun je wel wat mee. Van deze helft blijkt pakweg 10 – 15 % door de omstandigheden bepaald te worden. Geen werk, eenzaam, geen geld, geen goede woning, ziekte, verdriet, dat zijn nare omstandigheden. Dan blijft er nog steeds zo’n 35% over waar jij en ik wel wat aan kunnen doen en zelfs heel veel. Nu gaat het over de manier waarop je je gedraagt en de manier waarop je denkt. Betrokken gedrag helpt, denken vanuit liefde helpt ook.

Nu komen we bij de taak van een goede presentator. Een goede presentator heeft een voorbeeldfunctie. Bovendien is de kans dat je publiek jouw idee of plan gaat volgen veel groter als je publiek het gevoel heeft dat ze er al iets gelukkiger van zijn geworden. Dus je hebt er alle belang bij om je publiek iets gelukkiger te maken, temeer omdat je er zelf ook gelukkiger van wordt.

Hoe doe je dat? Cruciale vraag.

Spreek de taal van de hoop.

Hoe doe je dat, de taal van de hoop spreken? Met voorbeelden en humor. Mensen kleine stappen laten maken op een nieuwe weg, zodat ze ervaren dat ze iets kunnen. Van je publiek houden. Vragen stellen en laten stellen. In plaats van ruimte nemen, ruimte geven, complimenten maken, ondersteunen, helpen. Nieuwe gezichtspunten bieden, niet oordelen, je verhaal cultureel goed onderbouwen, speels en verrassend presenteren, soms even stil zijn, zodat er ruimte komt voor wat er op het moment gebeurt en er een ‘wij’ gevoel ontstaat. Wij tegenover zij verhalen werken op termijn altijd averechts.

Dankbaar zijn, een sleutelwoord in dit pleidooi. Een goede spreker is dankbaar. Dankbaar voor de kans om je verhaal te vertellen, dankbaar voor je publiek dat ze naar je willen luisteren, dankbaar naar je ouders, dat je er bent, naar je leraren, naar je dierbaren, naar noem maar op. Je kunt dankbaar zijn voor het lekkere kopje koffie of thee dat je net kreeg, voor een heerlijke verse boterham, mooi gepoetste schoenen, een bloem in een vaas, duizend dingen.

Tot slot is een goede spreker genereus. Je krijgt terug wat je geeft. Zo simpel is het. Door te geven ben je met het geluk van de ander bezig in plaats van druk met je ego Je focus ligt waar die moet zijn, bij je publiek.

Intentie: ik ga proberen te helpen.

Je hoeft je intentie niet uit te spreken, het kan bevoogdend of arrogant overkomen, maar doordat je het denkt gaat het al beter. Het is de positieve instelling die je nodig hebt voor een goed verhaal.

Kijk nog eens naar je presentatie. Wat draag je bij?

Succes en hartelijke groet

Roeland Schweitzer

leren als een permanent proces

Leermodel van Kolb

Het ervaringsgericht leren uit onze trainingen gebeurt volgens het Leermodel van Kolb. Het bestaat uit vier fases, door ons praktisch afgekort tot W.E.R.K.

Waarnemen, Ervaren, Reflecteren, Kadreren. 

Het model is een permanente cyclus, telkens komt er nieuwe ervaring en kennis bij en begint de cyclus overnieuw.

Het begint meestal met waarneming. Een kind kijkt naar de ouders als voorbeeld. Een trainer doet iets voor.

Je kunt ook beginnen met een ervaring. Je doet iets, je maakt iets mee. Het gaat om het experiment en de ervaring. Misschien ga je vervolgens op zoek naar aanvullende informatie, kadervorming, Je kunt er met anderen over praten, een vorm van reflectie en misschien ga je ook kijken hoe anderen het doen.
In een goede leeromgeving worden de stappen uit het Leermodel van Kolb consequent gemaakt en aangereikt. De trainer doet het kort voor, daarna ga je zelf experimenteren, je bespreekt je ervaring en krijgt feedback en de trainer reikt aanvullende kennis, oefeningen en kader aan, zodat je een volgende stap kunt maken.

De vier fasen uit het leermodel van Kolb volgen elkaar logisch op: als je iets meemaakt (ervaring), dan heb je het gevoeld. De reflectie, het overdenken en de feedback, leidt tot verdieping en biedt de mogelijkheid om de ervaring in een ruimer kader te plaatsen. Hierdoor kun je dwarsverbanden aanbrengen, verdiepen en verankeren. Klaar voor de volgende stap.

Het klassieke schoolse leermodel is vooral gebaseerd op kennisoverdracht. Denk aan de leraar die voor de klas dingen uitlegt. Zo willen wij niet werken, wij gaan echt voor ervaringsgericht leren. Schools klassikaal onderwijs biedt vaak weinig ruimte voor reflectie en de waarneming, het zien van praktijktoepassingen, ontbreekt ook vaak. In musea zie je steeds meer belevenis, uitgebeelde scenes. Nagespeelde veldslagen in zo authentiek mogelijke setting en locatie dragen bij aan ervaring, reflectie en kader. Kortom er ontstaat niet alleen veel meer begrip, maar ook gevoel met de gebeurtenis. Zonder gevoel kan kennis slecht worden opgenomen. Daarom dat goede vertellers op scholen zo belangrijk zijn, zij reiken het gevoel aan.

Het leermodel van Kolb vertaalt zich ook in diversiteit van het lesaanbod, visueel, auditief, tactiel en reflectief met een boek om het na te lezen, met tijd tussen de trainingsdagen om alles een plek te geven en veel anekdotische verhalen rondom de ervaring waardoor bedding ontstaat.

Het leermodel van Kolb is afkomstig van David Kolb (1939),een Amerikaans sociaal psycholoog.
Hij onderscheidt ook vier leerstijlen. Dromer, doener, denker en beslisser.

Deze leerstijlen combineren telkens twee van de elementen uit leermodel,

  • Dromer: Ervaren en reflecteren
  • Denker: Reflecteren en kadreren
  • Doener: Ervaren en Waarnemen
  • Beslisser: Kadreren en ervaren

Een wetenschappelijke onderbouwing van het model ontbreekt, zo luidt de kritiek. Wij zien in de praktijk van honderden trainingen dat de cirkel WERK ook echt werkt. Tegelijkertijd gebruiken we ook andere uitgangspunten, zoals een (kleine) stap voor stap benadering en een volledige keuze voor safety first. Ook ons Sprankmodel maakt deel uit van onze leermethodiek.

https://nl.wikipedia.org/wiki/David_Kolb

Spiegelneuronen en hun belang voor je presentatie

Mits zorgvuldig en goed gedoseerd.

Zelfonthulling, een belangrijk element in je presentatie

Het klinkt ook wel vies heh, ‘zelfonthulling’, of is het een mooi woord?

In het Tijdschrift voor Coaching van juli 2017 staat een artikel over ‘Zelfonthulling bij professionals’.  In onze trainingen leren we deelnemers om in een presentatie van meet af aan ook ‘iets’ van jezelf te laten zien. Zelfonthulling dus. Dat ‘iets’ bepaal je overigens zelf, jij hebt de regie.

Zelfonthulling wordt omschreven als een krachtige interventie van een trainer of coach en dus ook van een presentator. Iets van jezelf laten zien biedt veel voordelen. Het werkt verbindend en is noodzakelijk voor het creëren van een veilige setting, waarin je publiek kan luisteren en jij als spreker goed kunt gaan pres(en)teren.

Waarom is kwetsbaar zijn moeilijk?

Veel deelnemers aan onze trainingen vinden zelfonthulling, ook al is het slechts een millimeter, in eerste instantie moeilijk, ongewoon, niet relevant en gênant. Als wij als trainers ons werk goed doen, vermindert die weerstand overigens snel en ontdekt men de impact en noodzaak hiervan. We bewijzen dat we door persoonlijke details met elkaar in contact komen. Je wordt een gewoon (dierbaar, kwetsbaar, zoekend, net als iedereen) mens van vlees en bloed. Persoonlijke verhalen en verhaaltjes (ijsbrekers en pareltjes) leiden tot meer gelijkwaardigheid tussen spreker en publiek. Ze dragen bij aan het noodzakelijke ‘levelen’. Zolang er geen gelijkwaardigheid is, is je verhaal immers nog niet welkom. Dit bewijzen we iedere training met een belangrijke en glasheldere oefening over hoge en lage status.

Als probleem ziet men dat het je kwetsbaar maakt. Mensen durven niet, vinden dat ‘not done’ en vooral ook: ze zeggen dat ze ‘niets interessants te melden hebben’. Ik begrijp dat mensen dit denken, dat denk ik zelf nog steeds wel eens. Doordat we ermee oefenen blijkt direct dat jouw verhaal uniek is en dus toegevoegde waarde biedt en de moeite waard is. Door een persoonlijk verhaal (zelfonthulling) raak ik als luisteraar bij je betrokken, ik ga je vertrouwen en dan durf ik met je mee op reis, je verhaal in. Om mijn weerstand op te kunnen heffen, wil ik dingen van je weten. Geen feitjes, maar zaken die me raken. ‘Communicatie is het scheppen van gemeenschappelijke betekenis.’ Definitie van Gisela Redeker, hoogleraar communicatie aan de RUG.

Een eik groeit naar het licht, maar ook de diepte in, waar het donker is. Een mens is compleet met schaduwkanten, de moeilijkheden waar je mee worstelt, je weg om er mee om te gaan. Het delen van je worsteling kan pijn doen, maar is ook bevrijdend, je komt er verder mee, Je onthullen in al je kwetsbaarheid, dat is ook overgave, ontroerend en mooi.

Ik kom uit bij dit prachtige Soefi gebed dat onze office manager Angelique Koppelman me pas gaf.

Ik besta.

Ik hoop.

Ik verlang.

Ik geloof en vertrouw.

Ik laat los.

Ik heb lief.

Ik ben bereid.

Zelfonthulling klinkt als je uitkleden. Dat hoeft het niet te zijn. Jij houdt als spreker wel de regie. Jij bepaalt wat je laat zien. Dat kan met kleine en volstrekt onschuldige verhalen over iets moois dat je heeft geraakt, kinderen, medemensen, de natuur. Dienen en niet etaleren, dat wil zeggen aansluiten op het proces van je publiek. Het is ook een kwestie van kleine stappen vooruit. Als iemand zomaar een heel pijnlijk verhaal gaat vertellen, dat werkt niet. Proportioneel. Als spreker heb je de taak om je publiek uit te nodigen mee te gaan met jouw verhaal. Daartoe is jouw initiatief nodig, zorgvuldig, goed gedoseerd, helpend.

Dus hier geen bonte of treurige verhalen uit mijn jeugd. Graag laat ik u wel een foto zien van onze kleindochter Lies, onlangs in mijn atelier.

Roeland Schweitzer met kleindochter Lies in zijn atelier, najaar 2016

Met Lies in mijn atelier, najaar 2016

Werken aan jouw specifieke speech of presentatie

Speechlab

Een belangrijke presentatie of speech moet je van tevoren hardop oefenen, liefst met wat publiek en een regisseur. Dat doen alle professionals, toneelspelers, politici, cabaretiers en goede sprekers. En dat is niet voor niets, je verhaal wordt er vele malen beter door.

We bieden deze repetitiemogelijkheid in ons maandelijkse Speechlab. In een middag oefent u onder deskundige leiding in een kleine groep van maximaal 6 mensen uw verhaal meerdere malen hardop. U krijgt inhoudelijke feedback en regie-aanwijzingen, waardoor de inhoud en de vorm verbeteren.

We leren u om het (grotendeels) uit uw hoofd te doen en uw rode draad vast te houden. U oefent bovendien met anekdotes en interactie. We doen het zonder Powerpoint. Het verhaal mag bovendien niet langer dan een minuut of 7 zijn, korter is altijd beter. U hoeft het niet uit te schrijven van tevoren, maar dat mag wel. We gaan echter niet voorlezen, maar oefenen om het zo levendig mogelijk te presenteren,

Hoe ziet het Speechlab eruit?

Trainer en toneelregisseur Bente Jonker verzorgt deze middagen in de Ritmeesterfabriek in Veenendaal..

  • U oefent eerst samen het basisconcept over plaats, houding, voorbereiding en warming up.
  • Hierna volgt het uitzoeken van de kernboodschap, die u ook al meteen gaat presenteren. Het hele verhaal hoeft dan nog niet goed te zijn, Al doende leert u, mede uiteraard dankzij de hulp van Bente.
  • Uw mindmap is de volgende stap. Zo ontdek je de structuur van je verhaal. Weer zelf oefenen.
  • U gaat voorbeelden en anekdotes toevoegen. En weer zelf oefenen
  • Alle elementen samenvoegen, nu staat het verhaal.
  • Afronding.

Aan het einde van de middag heeft u uw verhaal zeker al vijf keer geoefend, getoetst en ontwikkeld. Dat helpt behoorlijk.

 

In het najaar maandelijks aanbod voor €190,- excl. btw.

Inschrijven voor Speechlab

http://speechen.nl/speechlab
  • Is een datum grijs, dan is deze training vol en kunt u de datum niet meer selecteren.
  • Gegevens deelnemer

  • i.v.m. ziekte, last minute o.i.d.
  • Factuurgegevens

  • indien niet van toepassing, nvt invullen.
  • aan wie de factuur gericht moet zijn
  • alleen als u of uw organisatie in het buitenland is gevestigd
  • indien van toepassing
  • indien van toepassing